Inleidende begrippen: inflatie, prijsstabiliteit, hyperinflatie en deflatie
Inflatie is een stijging van het algemene prijsniveau. Dit is van belang als je bijvoorbeeld je geld wilt opsparen om er later dingen mee te kopen. Hoe zou je het vinden als je € 10 had gespaard om twee cd-singles mee te kopen en je bij de winkel tot de ontdekking komt dat de prijs gestegen is naar € 12? En dat, als je vervolgens terugkomt met € 12, de prijs is gestegen naar € 14? Gelukkig stijgen prijzen doorgaans niet zo snel en wordt er gestreefd naar een situatie van prijsstabiliteit. Dit betekent dat je geld in de loop der tijd zijn waarde grotendeels behoudt, het algemene prijsniveau stijgt dan met maximaal 2%. Wanneer het algemene prijsniveau op een extreme en onvoorspelbare manier stijgt, dan is er sprake van hyperinflatie. In tijden van hyperinflatie wordt spaargeld vrijwel waardeloos. Deze situatie is gelukkig erg zeldzaam. In sommige gevallen is er zelfs sprake van deflatie. Deflatie is het omgekeerde van inflatie, en komt overeen met een daling van het algemene prijspeil, je spaargeld neemt dan toe in waarde.
Inflatie is een stijging van het algemene prijsniveau. Dit is van belang als je bijvoorbeeld je geld wilt opsparen om er later dingen mee te kopen. Hoe zou je het vinden als je € 10 had gespaard om twee cd-singles mee te kopen en je bij de winkel tot de ontdekking komt dat de prijs gestegen is naar € 12? En dat, als je vervolgens terugkomt met € 12, de prijs is gestegen naar € 14? Gelukkig stijgen prijzen doorgaans niet zo snel en wordt er gestreefd naar een situatie van prijsstabiliteit. Dit betekent dat je geld in de loop der tijd zijn waarde grotendeels behoudt, het algemene prijsniveau stijgt dan met maximaal 2%. Wanneer het algemene prijsniveau op een extreme en onvoorspelbare manier stijgt, dan is er sprake van hyperinflatie. In tijden van hyperinflatie wordt spaargeld vrijwel waardeloos. Deze situatie is gelukkig erg zeldzaam. In sommige gevallen is er zelfs sprake van deflatie. Deflatie is het omgekeerde van inflatie, en komt overeen met een daling van het algemene prijspeil, je spaargeld neemt dan toe in waarde.
Hoe prijsveranderingen worden gemeten: de consumptieprijsindex
Gegevens over consumptieprijzen – die we gebruiken ter controle van de prijsstabiliteit – worden eens per maand verzameld door gebruik te maken van een zogenoemd „boodschappenmandje”. Dit mandje bevat een breed assortiment producten die een doorsneegezin doorgaans consumeert. De totale prijs van het „boodschappenmandje” wordt, als maatstaf van het algemene prijsniveau, de consumptieprijsindex –genoemd. Deze wordt op gezette tijden gecontroleerd om te kijken of de prijzen zijn gestegen (of, in zeldzame gevallen, gedaald).
Hoe dit concreet tewerk gaat, kunnen we best te weten komen aan de hand van een voorbeeld. Stel dat een representatief boodschappenmandje van de jaarlijkse uitgaven bestaat uit 100 broodjes, 50 soft drinks, tien energy drinks en een mountain bike.
Hoeveelheid
|
Prijs (Jaar 1)
|
Prijs (Jaar 2)
|
Prijs (Jaar 3)
|
|
Broodjes
|
100
|
€1,00
|
€1,20
|
€0,90
|
Soft drinks
|
50
|
€0,50
|
€0,40
|
€0,70
|
Energy drinks
|
10
|
€1,50
|
€1,70
|
€1,20
|
Mountain bike
|
1
|
€160,00
|
€173,00
|
€223,00
|
Kostprijs marktmandje
|
€300,00
|
€330,00
|
€360,00
|
|
Prijsindex
|
100,00
|
€110,00
|
€120,00
|
De totale kosten van het boodschappenmandje kunnen dan worden berekend door de hoeveelheden met de desbetreffende prijzen te vermenigvuldigen en dan alles op te tellen. Het is gemakkelijk te zien dat tussen het eerste en het tweede jaar de kosten van dit mandje goederen is gestegen van €300 tot €330, oftewel met 10%. Dit komt overeen met een stijging van de consumptieprijsindex van 10%. Van het eerste naar het derde jaar is de kost, namelijk de consumptieprijsindex gestegen van €300 tot €360, oftewel met 20%.
Via onderstaande oefening kan je zelf de berekening van de consumptieprijsindex inoefenen met behulp van twee nieuwe voorbeelden.
Prijsstabiliteit oefening